BOSK Taal & Communicatie

08 april 2025

Soms lopen kinderen vast op taalgebied, maar is er geen vermoeden van een taalontwikkelingsstoornis (TOS). In zo’n geval kan de BOSK Taal & Communicatie ondersteuning bieden aan leerkrachten.

Wat houdt de begeleiding in?
De BOSK-begeleiding duurt ongeveer 10 uur en vindt plaats op school. Een ambulant begeleider observeert de leerling in de klas en spreekt met de leerkracht en intern begeleider. Soms is er ook een eenmalig gesprek met de leerling, waarbij gekeken wordt naar hoe het kind communiceert. Op basis van deze informatie krijg je als leerkracht praktische adviezen die je direct in de klas kunt toepassen. Ouders kunnen – in overleg – aansluiten bij het eindgesprek.

Na 1 à 2 maanden is er een kort evaluatiegesprek. Daarin wordt besproken of de adviezen effect hebben gehad en of er aanvullende stappen nodig zijn. Tussendoor is de begeleider bereikbaar voor vragen via e-mail of telefoon.

De begeleiding richt zich op verschillende onderdelen van taal:

Taal begrijpen (taalbegrip)

Het kind heeft moeite met het volgen van uitleg of opdrachten. Bijvoorbeeld:

  • De leerling begrijpt de instructie niet goed en voert taken onjuist uit.
  • Er ontstaan misverstanden tijdens gesprekken, zowel met de leerkracht als met andere leerlingen.

Taal gebruiken (taalproductie)

Het kind vindt het lastig om iets te vertellen of vragen te stellen. Bijvoorbeeld:

  • De leerling kan niet uitleggen wat hij/zij in het weekend heeft gedaan.
  • Het lukt niet om een verhaal na te vertellen of om goed te reageren in een gesprek.
  • Vragen beantwoorden is lastig.

Pragmatiek (het gebruik van taal in sociale situaties)

Bijvoorbeeld:

  • Het kind weet niet goed wanneer het iets moet zeggen of luisteren.
  • Reageert niet op anderen in een gesprek.
  • Neemt juist te vaak of helemaal niet het woord.
  • Heeft moeite met het doel van het gesprek begrijpen.

Spraak en klanken (spraakontwikkeling)

Het kind heeft moeite met klanken, uitspraak of verstaanbaarheid.

Taalvorm

Het kind heeft moeite met zinsbouw (bijvoorbeeld korte, onvolledige zinnen), woordvorming (zoals werkwoorden goed vervoegen) en het logisch opbouwen van een verhaal.

Taalinhoud

Het kind heeft een beperkte woordenschat, zowel actief (zelf gebruiken van woorden) als passief (begrijpen wat woorden betekenen).

En als er wél een vermoeden is van TOS?
Als je denkt dat er mogelijk sprake is van een TOS, of als dat al is vastgesteld, dan kun je terecht bij de aanmeldpunten van Kentalis of VierTaal. Daar kun je advies vragen, een traject opstarten of een consult aanvragen. Twijfel je? Dan kun je ook eerst anoniem je vraag stellen bij het aanmeldpunt.